Visie

Inleiding

De Korf is een school voor basisonderwijs volgens het Jenaplan concept op grond van de 20 basisprincipes en op de katholieke grondslag, waar overigens ook ruimte is voor kinderen die niet katholiek zijn.

De Korf wil een school zijn waar de kinderen zich thuis voelen, omdat ze zich als uniek mens mogen ontwikkelen en zich een weg kunnen banen in de maatschappij. Wij volgen en begeleiden het kind in zijn cognitieve, sociale, emotionele en motorische ontwikkeling gedurende de jaren dat het kind bij ons op school is.

Jenaplan identiteit

De Korf heeft ervoor gekozen om een Jenaplanschool te zijn.

Het Jenaplan concept werd tussen 1920 en 1950 ontwikkeld door Peter Petersen in Jena. Daar was onderwijskundige Peter Petersen de man die in zijn agrarische omgeving zag hoe de mensen in een gemeenschap leefden. Ze hielpen elkaar op het land; ze vierden met elkaar hoogte- en dieptepunten van het menselijke bestaan. Dat principe werd in de puur klassikale school waar hij werkte om zeep geholpen. Iedereen moest hetzelfde doen in dezelfde tijd en met dezelfde kwaliteit. Dat kon niet. Petersen hervormde zijn school, net zoals aan het begin van de vorige eeuw Maria Montessori, Freinet, Helen Parkhurst en anderen dat deden. In Nederland vormde zich in de jaren 50 van de vorige eeuw een meer dan enthousiaste groep volgelingen van Peter Petersen. Zij stichtten de eerste Nederlandse Jenaplanscholen. Momenteel in 2010 zijn er zo’n 270 in Nederland. Het is een concept dat met de tijd meegaat. We willen de mogelijkheden van het kind optimaal benutten en een leef- en werkgemeenschap zijn.

Onze uitgangspunten zijn gebaseerd op de 20 basisprincipes die u in de Korfkalender leest. De Korfkalender is de geactualiseerde bijlage van de schoolgids. Als u er meer over wilt weten, vraag dan gerust naar boeken over Jenaplan onderwijs in de bibliotheek of op onze school.

De 20 basisprincipes zijn door de NJPV (Nederlandse Jenaplan Vereniging) vastgelegd als voorwaarden voor alle Jenaplanscholen in Nederland. Een Jenaplanschool wordt gekenmerkt door een positief klimaat waarin kinderen op een gezonde manier worden uitgedaagd zich als totale persoon te ontplooien. Zowel de kennis als de sociaal-emotionele en motorische ontwikkeling worden gestimuleerd.

Tegelijkertijd stimuleren we samenwerken o.a. in gemengde leeftijdsgroepen (een afspiegeling van de maatschappij in het klein) Kinderen leren van elkaar en met elkaar. Helpen is de motor, mensen hebben elkaar nu en later nodig.

In een Jenaplanschool staan onderwijs en opvoeding naast elkaar.

Wereldoriëntatie wordt sterk benadrukt. Door middel van projectonderwijs vanuit de ervaringsgebieden willen we de kinderen de wereld laten ontdekken. De werkvormen die we gebruiken zijn gesprek, spel, werk en viering.Komend jaar gaan we werken met de kwaliteitskenmerken van het Jenaplanonderwijs die door de NJPV ontwikkeld zijn. Elke Jenapalanschool wordt in de praktijk getoets tin de komende 4 jaren  op haar kernkwaliteiten van het Jenaplan onderwijs. Prima om te weten of wij nog steeds op een goede wijze vorm geven aan ons Jenaplanonderwijs en op welke punten wij moeten bijstellen.

 

Katholieke identiteit

Onze school is een katholieke school, niet alleen doordat een deel van de stamgroepsleiders en een deel van de leerlingen katholiek zijn of doordat er christelijke feesten gevierd worden. Het katholiek zijn zal meer gezocht moeten worden in de manier waarop de stamgroepsleiders, kinderen en ouders met elkaar omgaan. Allen die bij de school betrokken zijn proberen zoveel mogelijk met een positieve, optimistische blik vooruit te kijken, ondanks teleurstellingen en tekortkomingen bij zichzelf en anderen.

De school streeft er naar ieder mens in zijn eigen waarde te laten. De bedoeling is de kinderen voor zichzelf ook die waarde te laten ontdekken. Respect is een belangrijke waarde en ieders levensopvatting is waardevol.

(Basisprincipe 9)

Wij zijn een school die verhalen in het ontwikkelingsproces van een kind een wezenlijk aspect vinden. Daarbij ontbreken de bijbelverhalen niet.

Er is geen vast uur op het rooster voor godsdienstonderwijs. Bidden is geen vast ritueel waar we de dag mee beginnen en eindigen.

Eén keer per jaar is er in de school een gezamenlijk catecheseproject. Met de parochie hebben we geen directe verbinding. Ouders moeten de communie van hun kind(eren) op eigen initiatief via de kerk laten verlopen. In de stamgroep wordt wel aandacht en tijd ingeruimd voor de kinderen die communie hebben gedaan. Vanuit bovengeschetste achtergrond willen allen die bij school betrokken zijn hun werk doen met respect en waardering voor de inzet van iedereen. Geestelijke stromingen worden door de jaren behandeld: Jodendom, Christendom, Boeddhisme, Hindoeïsme, Islam en niet- religieuze stromingen.

Onderwijs en opvoeding

Wij zien kinderen als een totaliteit; geen facet mag geïsoleerd benadrukt worden. Het onderwijs heeft dan ook als doel die totale vorming te realiseren. School en thuis moeten zoveel mogelijk op elkaar afgestemd zijn.

Het omgaan met kinderen moet altijd een pedagogisch handelen zijn, dat wil zeggen er is sprake van een kind dat eigen grenzen wil verleggen, nieuwe mogelijkheden zoekt en ook uitgedaagd wordt. In zo’n school wordt van niemand meer verwacht dan hij op grond van zijn lichamelijke en geestelijke mogelijkheden kan waarmaken. Bij opvoeding staat het begrip “gemeenschap” centraal. Een mens woont en leeft temidden van anderen. In een werkelijke gemeenschap steunt en helpt men elkaar. Wanneer twee mensen elkaar helpen groeien ze beiden. Als er regels zijn, zijn die er om anderen te respecteren. Zelfontplooiing is een groot goed, mits dat nimmer ten koste van anderen gaat. Eén van de regels daarbij is:

 

“Hier doen we niets wat anderen storen kan”

Petersen (zie 2.2) stelt op zijn school de opvoeding niet tegenover het onderwijs en er ook niet naast. Hij zegt dat beiden geïntegreerd moeten zijn, vanwege de totale ontwikkeling. De school is een levende gemeenschap van jonge mensen, met hun begeleiders. Op zo’n school komt geen selectie of plaatsing voor op grond van lichamelijke of geestelijke vermogens, ras, kleur of geslacht, tenzij het individu, de persoon zelf, belemmerd zou worden in zijn eigen groei.

De schoolbevolking is zo heterogeen mogelijk: verschillen tussen mensen mogen geen scheiding brengen, maar moeten bindende elementen vormen. De een vult de ander aan, er is een verrijking mogelijk.De school en de omgeving moeten zo zijn ingericht dat kinderen er zich veilig, geborgen en dus thuis voelen. Tegelijk moeten voldoende mogelijkheden zijn tot ontplooiing van de totale mens binnen een sociale groep.

Elk lid van de groep draagt verantwoordelijkheid voor de leefbaarheid binnen de stamgroep. Dit betekent ook dat ze de ruimte netjes en gezellig houden, dat ze mee mogen denken over de inrichting van het nieuwe schoolgebouw. Het leren moet bijdragen tot het ontdekken van drie grote ervaringsgebieden:

  • God
  • Natuur
  • Mens en wereld

De nadruk ligt meer op beleven dan op beleren. Het onderwijs sluit daarom aan op de wereld om ons heen.

Als kinderen komen met zaken die op dat moment hun interesse blijken te hebben, kan van daaruit individueel of groepsgewijs wereldoriëntatie plaats vinden. Jenaplan onderwijs streeft er naar om het kind te LEVEN-LEREN-LEVEN! Dit houdt in dat de leerstof niet als doel, maar als middel wordt gebruikt om de wereld te verkennen.

Doelstelling

De Korf laat elk kind zich zoveel mogelijk ontwikkelen op eigen niveau en naar eigen mogelijkheid. Dat heet onderwijs op maat. Ook de vorming, dat wil zeggen het menszijn in een sociale omgeving, komt op school dagelijks aan bod. Kinderen werken ondanks, of dankzij, hun uniek zijn met elkaar samen. Zo oefenen ze al sprekend, spelend, werkend en vierend de praktijk van alle dag. Bovenstaand houdt in dat elke stamgroepsleider de hem of haar toevertrouwde kinderen goed moet leren kennen. Het is de bedoeling dat de stamgroepsleider weet wat het kind wel of niet aankan en wat wel of geen extra oefening behoeft. Goed onderwijs is in onze ogen dan ook onderwijs dat zoveel mogelijk inspeelt op het individuele kind en zijn plaats in de groep.

Onze school is een plaats waar onderwijs wordt geboden dat het kind uitdaagt, stimuleert en begeleidt naar die vorm van leren dat bij het onderwijsniveau en het ontwikkelingsniveau van het kind hoort.

Onze school is een plaats waar kinderen en volwassenen leren elkaar een pluim te geven voor goed gedrag, daarnaast elkaar aan durven spreken op vervelend, pesterig, storend gedrag. Wij doen dit aan de hand van de Kanjertraining waarvoor ons team gecertificeerd is.

Zelfstandigheid en verantwoordelijkheid

Wanneer we in de groep rekening willen houden met het eigen niveau en tempo van de individuele kinderen, betekent dit, dat de groep zelfstandig moet kunnen werken. De kinderen moeten inzicht krijgen in de probleempjes die zich tijdens hun bezigheden voordoen en inventiviteit tonen in het oplossen daarvan. Dit alles betekent niet dat zij aan hun lot worden overgelaten. De kinderen worden stap voor stap wegwijs gemaakt in alle materialen. Door samenwerking wordt hun geleerd hoe zij ook elkaar kunnen helpen. We bieden een structuur aan in spelen en werken, waarbij rekening wordt gehouden met de mogelijkheden van de kinderen. Meer of minder gestuurd. Verantwoordelijkheid ten opzichte van eigen werk groeit in de loop van het ontwikkelingsproces.

Coöperatief leren is een begrip. Vanaf de onderbouw is een duidelijke lijn opgezet waarbij de kinderen geleerd wordt zelfstandig bezig te zijn. Het is de bedoeling de persoonlijke band tussen de stamgroepsleider en het kind te laten groeien en daarnaast zelfstandigheid te ontwikkelen. Ieder kind heeft op zijn tijd meer of minder behoefte aan contact met de stamgroepsleider.In de bovenbouw wordt in het stille blokuur elke dag gedurende een langere periode afwisselend individueel en zelfstandig gewerkt aan die taken die voor de ontwikkeling van de kinderen belangrijk zijn.

Daarnaast werken de kinderen aan techniek met ontwikkelingsmateriaal of aan onderwerpen vanuit wereldoriëntatie, in het open blokuur; ze werken dan samen. Voor kinderen die op bepaalde gebieden problemen hebben of nieuwe dingen uitgelegd moeten krijgen, kan tijdens het stil blokuur extra instructie gegeven worden. Wij werken in twee- jarige stamgroepen. Instructie wordt óf individueel óf in groepjes in de eigen stamgroep gegeven. Er is een ritmisch weekplan (werkrooster) opgesteld met de bedoeling te werken en spelen in een ritme van afwisselend inspanning en ontspanning. Vaste onderdelen op vaste tijden, al gaan wij bij projecten en feesten niet star om met het weekplan.

In de stamgroep zitten de kinderen in heterogeen samengestelde groepen: kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar.